Wist u dat er (per capita) bijna nergens ter wereld zoveel business consultants rondlopen als in Nederland? Alleen in de Verenigde Staten zijn het er nog meer. Na de magere crisisjaren floreert het adviesvak weer, constateerde Nyenrode-docent Hans Veldman vorige week in een interessant stuk in de Volkskrant. Hij bespreekt daarin onder meer de verschillende status van consultants in de VS en in Nederland: daar zijn het vaak echte sterren met veel aanzien, hier meestal onopvallende zzp’ers die in stilte hun werk doen. Dat heeft natuurlijk met de mentaliteit te maken, met de geschiedenis, en met een vanouds andere visie op de rol van de manager en van management – hoezeer de meeste managementopleidingen en -opvattingen in Nederland de laatste decennia ook veramerikaniseerd zijn.

Veldman haalt een stuk van Hans Strikwerda aan uit het boek Een rijke historie met toekomst, eerder dit jaar verschenen ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Stichting Management Studies. Strikwerda stelt onder meer dat 1982 een ijkpunt is in de geschiedenis van het denken over management. In dat jaar publiceerden Tom Peters en Robert Waterman hun boek In Search of Excellence, dat twee decennia lang wereldwijd een van de best verkochte managementboeken zou blijven. In het boek wordt het bekende 7S-model uit de doeken gedaan, dat zou verklaren waarom sommige bedrijven succesvoller zijn dan andere. Dit model wordt nog steeds veel gebruikt, ook al moest Peters twintig jaar na de publicatie van zijn boek toegeven dat zijn onderzoek niet deugde en dat de data over de excellente ondernemingen uit de duim gezogen waren.

In de tussentijd had het managementboek, ook in Nederland, een vaste plek veroverd op de boekenmarkt. ‘Toolkits en mindmaps voor managers, frameworks voor strategische analyses op boardniveau en praktische handboekjes over hoe eigenschappen van leiderschap ontwikkeld kunnen worden, zagen het licht. De zakenwereld leek zich steeds meer op te houden in conferentiezalen waar leidinggevenden door wild gebarende managementgoeroes werden toegeschreeuwd.’ Veldman stelt dat deze ontwikkeling ‘het zelfvertrouwen illustreert dat zich sinds eind jaren tachtig van het managementgilde meester maakte’. Het duidt volgens hem ook op een toegenomen behoefte aan structuur in een steeds complexere wereld. ‘Op Amerikaanse leest geschoeide een-dag-seminars, korte strategische-wendbaarheidscursussen, businessplannen op 1 A4’tje, minimal management: voorbeelden in een reeks waarmee consultants en managers verleid worden tot de gedachte dat management een efficiënt en snel te leren professie is.’

Natuurlijk klopt dat laatste niet, en iedereen weet dat ook eigenlijk wel. Maar soms kan het helpen om je managementproblemen herleid te zien tot een paar cruciale zaken: de issues waar het echt om draait – of die nou wel of niet in drie, zeven of tien stappen op te lossen zijn. Dat is één reden waarom het goed is er dat er managementboeken zijn. Een andere is dat ze voor de auteurs ervan uitstekende visitekaartjes zijn – maar dat is weer een heel ander verhaal.

Foto: Peter Drucker (1909-2005), een icoon in de advieswereld, met bijna veertig boeken op zijn naam.

Ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan van Em. Querido’s Uitgeefmaatschappij schreef Willem van Toorn een mooie biografie van haar oprichter. Emanuel Querido groeide op in de Amsterdamse Jodenbuurt, als zoon van een diamantslijper. In 1915 richtte hij zijn eigen uitgeverij op, na eerder boeken te hebben verkocht in een eigen winkel en in de Bijenkorf. Samen met zijn medewerkster (en later minnares) Alice van Nahuys bouwde hij een belangrijk fonds op, met vooroorlogse bestsellers van auteurs als A. den Doolaard, A.M. de Jong en zijn eigen broer Israël Querido, met wie de verhouding overigens verre van probleemloos was. Querido hechtte altijd veel waarde aan de vormgeving van zijn boeken, waarvoor hij prominente ontwerpers als J.B. Heukelom en H.P. Berlage inhuurde. En met de start van een pocketreeks (de Salamanders) in 1934 was hij Allen Lane met zijn Penguins net een jaar voor.

Na Hitlers machtsovername in 1933 zag Querido Verlag het licht, een separate uitgeverij waarin uit Duitsland gevluchte auteurs hun werk kwijt konden. Een keur aan Duitse grootheden, onder wie Klaus en Erika Mann, Alfred Döblin, Lion Feuchtwanger en Gottfried Benn, publiceerde bij Querido en zijn compagnon Fritz Landshoff. Ook gaf Querido het Exil-tijdschrift Die Sammlung uit, een fel antifascistisch blad dat echter in 1935 wegens teruglopende abonnee-aantallen weer werd opgedoekt. De lijst met namen van auteurs die in krap twee jaar tijd aan dit blad een bijdrage hebben geleverd, is een soort who-is-who van de literatuur van het interbellum.

De levensgeschiedenis van Emanuel Querido stemt nederig, je kunt zijn belang voor het Nederlandse uitgeefbedrijf nauwelijks overschatten. De problemen en toestanden waar hij in de loop van zijn leven mee is geconfronteerd, zijn soms grappig genoeg nog steeds herkenbaar, maar vaker doen ze je beseffen hoe klein je eigen beslommeringen zijn. Van Toorn citeert op p. 291 van zijn boek een brief van Querido uit april 1940 aan de dichter en criticus Jan Greshoff, die kort daarvoor met zijn gezin naar Zuid-Afrika was afgereisd om de dreigende ontwrichting van Europa te ontvluchten. Querido schrijft:

‘Er leefde [na de Duitse inval in Polen] zoiets als belangstelling voor het boek weer op. En de Boekenweek van 2-9 maart j.l. gehouden, leverde voor Uitgevers en Boekhandelaren in het heele land een vrij gunstig resultaat op. […] Ondanks de onnoemelijk vele moeilijkheden, die ook wij door den Europeeschen toestand ondervinden, gaat het tot op het oogenblik in ons bedrijfje rustig voort. Speuren we naar het goede boek en streven we er naar om het goede boek goed uit te voeren. Wij zijn gezond en blijven energiek. Hetzelfde wenschen wij u ook toe.’

Ruim een maand later vielen de nazi’s Nederland binnen. In juli 1943 werden Emanuel Querido en zijn vrouw Jane in Sobibor vergast.

In de Jaarbeurs in Utrecht vond vandaag het e-book event 2015 plaats, georganiseerd door CB. Een honderdtal uitgeefprofessionals werd bijgepraat over de trends en ontwikkelingen, niet alleen op het gebied van e-boeken, maar op het hele omvangrijke terrein van digitale communicatie. De Vlaamse internetpionier Jo Caudron gaf een mooi exposé over de stand van zaken – die hij overigens, heel old school, in een boek heeft samengevat. Verder was onder meer te gast Nathan Hull, die met zijn bedrijf Mofibo al een tijd bezig is om ook in Nederland een soort Spotify voor boeken op te zetten. Daarmee gaat hij de concurrentie aan met de bestaande initiatieven Elly’s Choice en Bliyoo, waar respectievelijk Boudewijn Jansen en Bruna-directeur Fred Zeegers hun zegje over mochten doen. Het werd me vanmiddag niet helemaal duidelijk hoe succesvol die initiatieven tot nu toe eigenlijk zijn, maar in elk geval lijkt het erop dat de toekomst van het elektronische boek eerder in dit soort abonnementformules ligt, dan in het individueel aanbieden van losse bestanden.

Als sluitstuk van de middag trad Richard Nash op, volgens het vakblad Bookseller een van de meest inspirerende sprekers op het gebied van digitaal uitgeven. Zijn filosofisch angehauchte betoog ging de meeste bezoekers een beetje boven de pet – het was, laten we zeggen, tamelijk onnavolgbaar, maar stipte in vogelvlucht wel een paar interessante thema’s aan. Een daarvan is het idee dat we van ‘few stories, many books’ steeds meer opschuiven naar ‘many stories, many books’. Was het ideale businessmodel van uitgevers tot voor kort vergelijkbaar met dat van de T-Ford (zoveel mogelijk exemplaren verkopen van een beperkt aantal titels), nu zien we een tendens naar oneindige proliferatie. Steeds meer zenders bedienen elk een steeds kleinere groep ontvangers, totdat er uiteindelijk een 1-op-1-verhouding ontstaat tussen schrijver/uitgever en lezer.

Om niet kopje onder te gaan in die overvloed kun je volgens Nash tot twee modellen je toevlucht nemen: het filter of de kaart. De algoritmes van Amazon en Google zijn voorbeelden van filters. Ze reduceren keuzemogelijkheden volgens vooraf bepaalde parameters. Kaarten presenteren wel alle beschikbare informatie, maar doen dat op een georganiseerde manier. Nash gaf de traditionele, fysieke boekhandel als voorbeeld van een ‘kaart’, waarmee we kunnen navigeren door het eindeloze aanbod, maar wel kans blijven houden op een onverwachte ontmoeting met iets waarnaar we niet op zoek waren (serendipiteit).

Eerlijk gezegd haakte ik, net als veel andere aanwezigen, bij bepaalde punten in Nash’ betoog af. Maar het is soms juist wel prettig om je een tijdje onder te dompelen in een discours dat je niet helemaal kunt volgen. (Voor de liefhebbers: lees meer op http://rnash.com/.) Fijn was in elk geval dat hij op een bepaald moment Jorge Luis Borges aanhaalde, een van mijn literaire helden. Inderdaad doet diens verhaal ‘De bibliotheek van Babel’ uit 1941 denken aan het universum dat Nash schetste. De Nederlandse vertaling van de bundel waar dat verhaal in staat, Fantastische verhalen, is overigens al lang niet meer verkrijgbaar via de reguliere boekhandel. En al helemaal niet als e-boek.

Na twintig jaar uitsluitend online verkoop heeft Amazon afgelopen week zijn eerste fysieke boekwinkel geopend. De winkel bevindt zich in University Village in Seattle, ‘naast Banana Republic en tegenover JOEY Kitchen’, zoals de directeur van het filiaal behulpzaam meldt in het persbericht. Dit kun je toch wel een mijlpaal noemen: een van de pioniers in e-commerce gaat eindelijk proberen om boeken ook in een ouderwetse brick-and-mortar winkel te verkopen.

Amazon Books, zoals de winkel heet, maakt natuurlijk slim gebruik van de kennis en expertise die amazon.com in twee decennia heeft opgebouwd. Zo is de selectie boeken die in de winkel te koop is, gebaseerd op bestellingen en klantenwaarderingen op de website, populariteit op het platform Goodreads, en beoordelingen door eigen curators. Elk boek staat frontaal in een kast of op een tafel, en in elk boek is een kaartje gestopt met klantenwaarderingen inclusief cijfers.

Vanzelfsprekend verkoopt de winkel niet alleen boeken maar worden ook de verschillende Amazon-apparaten (Kindle, Fire tablets, et cetera) gedemonstreerd waar je e-boeken op kunt lezen. Amazon is in Amerika met grote afstand marktleider op dit gebied en dat zal het bedrijf ook in de fysieke winkel uit willen buiten. Zo worden in en met Amazon Books op allerlei manieren offline en online winkelen gecombineerd; je ziet dat steeds vaker, en het is een trend die door retail-goeroes als Cor Molenaar ook in Nederland al jaren wordt gepromoot. De aanhoudende groei van internetverkopen in ons land is in toenemende mate afkomstig van webshops die zijn opgezet door fysieke winkelketens; de omgekeerde ontwikkeling, dus de opening van fysieke verkooppunten door online winkels, lijkt nu ook echt door te zetten. Wanneer zou het eerste filiaal van Bol Boeken opengaan?

In het pas verschenen boek Het boek en het badwater breekt hoogleraar boekwetenschap Lisa Kuitert een lans voor het papieren boek. Tijdens de boekpresentatie vorige week, met Wim Brands in boekhandel Scheltema in Amsterdam, werd Umberto Eco aangehaald, volgens wie het papieren boek nooit zal verdwijnen omdat het de perfecte vorm heeft, ‘net als de lepel’. Een beeld dat beklijft.

In de Volkskrant van afgelopen weekend houdt journalist Wilma de Rek Kuitert negen lessen voor die ze uit het boek destilleerde. We leren onder andere dat kinderen meer lezen dan volwassenen, dat de status van het papieren boek in het digitale tijdperk is toegenomen, dat de ‘bestselleritis’ die de boekenmarkt lang teisterde voorlopig over zijn hoogtepunt heen lijkt, en dat vrouwen lezen een prettiger bezigheid vinden dan seks. Lezende mannen zijn volgens vrouwen dan ook aantrekkelijker dan niet-lezers – mits wat ze lezen geen porno of horror is. (De uitdrukking ‘lepeltje-lepeltje’ dringt zich op.)

Interessant is verder dat non-fictie steeds meer terrein wint op fictie. ‘43 procent van alle verkochte boeken is nu non-fictie, 37 procent fictie, de rest zijn kinderboeken. De verkoop van fictie loopt terug. Romans worden minder vaak bewaard dan non-fictieboeken, vaker geleend in de bibliotheek, ook vaker illegaal gedownload of gekocht als e-book. Voor een verzonnen verhaal hebben mensen kennelijk minder geld over.’ Het is ontnuchterend om te constateren dat fictie, toch nog steeds het paradepaardje van de boekenbranche, inmiddels nog maar ruim een derde van de omzet vertegenwoordigt. Iets om even bij stil te staan ter relativering van het mediageweld rond de jaarlijkse literaire rentree.

Volgens Kuitert moeten nieuwe uitgevers er niet van uitgaan dat ze met boeken veel geld kunnen verdienen. (Dat geldt overigens dus ook voor auteurs.) ‘Als je daar wel van uitgaat, ga je rare boeken uitgeven en word je zenuwachtig als het niet lukt […].Doe het voor de lol, en als je er toch iets aan verdient, is dat mooi meegenomen.’ Dat is op zichzelf natuurlijk een verstandig uitgangspunt. Maar het is toch wel fijn dat veel uitgevers de lat nog steeds iets hoger leggen…

De Buchmesse in Frankfurt. Nog altijd een jaarlijks hoogtepunt in de agenda van duizenden boekenvakkers wereldwijd. Niettemin is de beurs na een paar jaar crisis voor het eerst ook fysiek gekrompen: hal 8 en hal 9 van het immense beursterrein zijn leeg, wat weer het voordeel heeft dat je minder kilometers hoeft te maken om op tijd bij je volgende afspraak te zijn. Het is uitzonderlijk koud dit jaar, de temperatuur buiten komt overdag niet boven de 7 graden en de top van de Messeturm gaat soms schuil achter een somber wolkendek. Maar dat mag de pret niet drukken en de stemming is goed; of zoals Boekblad het optekent uit de mond van de directeur van A.W. Bruna: ‘Als boekenvakker ben je per definitie optimistisch. Je moet wel.’

In de hoek van hal 3 die gewijd is aan selfpublishing, heerst donderdagmiddag een gezellige drukte. Vandaag wordt hier voor het eerst door Amazon Deutschland de Kindle Storytelling Award uitgereikt, een prijs ter waarde van in totaal 30.000 euro voor het beste selfpublished boek. Paradox. Am Abgrund der Ewigkeit van Phillip P. Peterson is de winnaar; een SF-roman die op amazon.de wordt aangeprezen als ‘Gravity meets Apollo 13 meets Truman Show’. Selfpublishing is hot in Duitsland, er zijn vele tienduizenden auteurs op dit front actief en sommigen onder hen verdienen daar inmiddels ook een heel aardig belegde boterham mee. In het tijdschrift Focus werd onlangs aandacht besteed aan de auteur Carolin Bendel, die onder het fantastische pseudoniem Poppy J. Anderson stuiverromans schrijft over romances tussen cheerleaders en American-football-spelers. Zij is de eerste Duitse auteur die met de verkoop van haar selfpublished boeken meer dan een miljoen euro heeft verdiend.

De Duitse selfpublishing-markt doet niet alleen qua onderwerpkeuze van de best verkopende auteurs Amerikaans aan. Ook de populairste genres zijn dezelfde als in de VS (romantische fictie, spanning, SF). En net als in de VS gaat het in verreweg de meeste gevallen om e-boeken. In dat opzicht is het grappig dat net tijdens Frankfurt door CB bekend werd gemaakt dat de afzet van e-boeken in Nederland in het derde kwartaal van 2015 met maar liefst 127% is gegroeid ten opzichte van een jaar geleden, met name vanwege het sterk toenemende gebruik van allerlei abonnementsvormen. Daarmee wordt de trend bevestigd waar ik al eerder over berichtte.

Dit alles neemt niet weg dat, zeker als het gaat om Sachbücher, veruit de meeste mensen nog steeds de voorkeur geven aan gedrukte boeken. Een prettige gedachte, vind ik zelf. Net deze week verscheen bij uitgeverij Amsterdam University Press een vlammend pleidooi voor het papieren boek: Het boek en het badwater, van Lisa Kuitert. Waarvan de uitgever overigens niet schroomde om er ook een e-versie van te publiceren…

Het FD besteedde afgelopen vrijdag uitgebreid aandacht aan de positieve stemming die sinds begin dit jaar de Nederlandse boekhandel beheerst. In de eerste twee kwartalen van 2015 is er voor 3% meer aan algemene boeken verkocht dan in de eerste helft van vorig jaar. Als je het dramatische faillissement van boekhandelsketen Polare in 2014 erbij betrekt is dat misschien maar een bescheiden plus, maar het is wel de eerste stijging na jaren van neergang. Journalist Jan Verbeek sprak met een aantal prominente boekverkopers uit de grote steden en die bevestigen allemaal, zij het voorzichtig, de positieve trend.

Een van de conclusies in het artikel is dat de zelfstandige boekhandel meer baat heeft bij verdieping van het assortiment dan bij een focus op alleen bestsellers. Maar tegelijkertijd geldt dat boekverkopers zichzelf moeten omvormen tot ‘extroverte en creatieve ondernemers’, en een betere gastheer moeten worden voor hun klanten. ‘Het credo nu luidt: zoek de diepte op en probeer bijvoorbeeld met cadeauartikelen veel publiek te trekken.’ Dat lijkt me in de praktijk een nogal lastige combinatie. De meeste zelfstandige boekhandels lijken eerder voor extra activiteiten te kiezen (koffie schenken, dvd’s en cd’s verkopen, en vooral: evenementen organiseren) dan voor verdieping. In Zwolle en Maastricht zijn de lokale kwaliteitsboekhandels zelfs heuse toeristische attracties geworden, gevestigd in monumentale kerken.

In het buitenland zien we ook uitingen van deze trend, bijvoorbeeld in Boekarest (what’s in a name). De eerder dit jaar geopende boekhandel Carturesti Carusel (zie foto) is een designparadijs in een 19e-eeuws paleis, met 1000 m2 vloeroppervlak. Het gebouw van zes verdiepingen herbergt ook een galerie, een mediaruimte en een bistro, en er worden uiteraard concerten en lezingen gegeven. Ik kan niet wachten om er een keer heen te gaan – alhoewel je je af moet vragen of deze hotspot niet eerder de nieuwe place to be is van de Roemeense elite dan een tempel voor het geschreven woord. Wat zou Emil Cioran ervan gevonden hebben?

In het jubilerende Vrij Nederland staat deze week een mooi stuk van uitgever Joost Nijsen, die in 1997 uitgeverij Podium oprichtte en daar tot een paar jaar geleden enorm veel succes mee had. In zijn bijdrage gaat Nijsen na of er echt reden is tot hoop nu de verkoopcijfers van het algemene boek, na jaren van daling, eindelijk weer eens voorzichtig een stijgende lijn laten zien. Want, constateert hij: de structurele krimp van tientallen procenten die de markt als geheel sinds 2006 heeft moeten incasseren, is bij lange na nog niet goedgemaakt, en dat gaat waarschijnlijk ook niet meer gebeuren. De verkoopaantallen uit de jaren tachtig en negentig worden, een enkele uitzondering daargelaten, op geen stukken na meer gehaald, niet voor de bestsellers, maar ook niet – en dat is verontrustender – voor de  ‘middenmoters’, titels waarvan vroeger makkelijk enkele tienduizenden stuks over de toonbank gingen, tegen nu hooguit enkele duizenden. Voor deze ontwikkeling kun je, naast de crisis, de bekende redenen bedenken: ontlezing, concurrentie van andere (social) media, binge watching. De neerwaartse trend lijkt duidelijk. Wat staat ons nog te wachten? Waar moeten auteurs, uitgevers en andere boekenvakkers zich op voorbereiden?

Om zichzelf op te peppen gaat Nijsen te rade bij ‘de buren’, dat wil zeggen: een aantal vakgenoten in New York. (Kennelijk gaat het nog niet zo slecht bij Podium dat zo’n informatief tripje er niet meer af kan.) Zijn rondgang langs uitgevers en agenten leert dat men de toekomst in de VS met vertrouwen tegemoet ziet. Inderdaad worden er structureel minder boeken verkocht dan in de gouden jaren, inderdaad neemt het aandeel van de megasellers in de totale verkoop toe, inderdaad is het aantal verkooppunten in de VS dramatisch afgenomen. Maar de stijging van het aandeel e-boeken in de totale verkoop (iets waar veel uitgevers een paar jaar geleden nog doodsbang voor waren) lijkt in de VS tot staan gebracht te zijn. Er worden weer enorme voorschotten betaald voor veelbelovende projecten. Kleinere uitgevers die aan dit miljoenencircus niet mee willen of kunnen doen, krijgen weer meer kansen juist doordat de grote concerns zich steeds meer op bestsellers richten. En jongeren lijken, net nu hun ouders hun p-books massaal de deur uitdoen, het ouderwetse gedrukte boek weer meer te omarmen. Dat zijn allemaal hoopgevende signalen die Nijsen verleiden tot wat hij zelf wishful thinking noemt: ‘Ik reken hier eigenlijk juist op nieuwe generaties, die misschien als eersten genoeg krijgen van het staccato online-gedrag waaraan nu ook hun ouders ten prooi zijn gevallen. Ik wens ze van harte toe dat ze hun overbelaste geesten met goede, mooie boeken geregeld vrijaf gaan geven.’

Opvallend in het stuk van Nijsen is dat hij zich in zijn analyse (als dat het goede woord is) beperkt tot het soort uitgever waar hij zelf een exponent van is, namelijk de uitgever van literair of literair angehaucht werk, meestal fictie, met een van oudsher breed publiek dat nog steeds voor het overgrote deel via de traditionele kanalen (boekhandel, bibliotheek) wordt bediend. Over andere takken van sport, zoals de educatieve uitgeverij, de academische uitgeverij, online publishing en allerlei andere spelers in een enorm gevarieerde en complexe markt, lezen we niets. Over self-publishing citeert Nijsen slechts, met kennelijke instemming, een van zijn Amerikaanse gesprekspartners: ‘… ik heb dat nooit bedreigend gevonden, integendeel: het houdt dingen van ons vandaan waar we toch niks mee willen’. Tja, dat is natuurlijk een manier om ermee om te gaan. Maar zo’n houding is wel een beetje vreemd als je bedenkt dat bijna een derde van Amazons wereldwijde e-boek-verkopen inmiddels voor rekening komt van self-published schrijvers. Je neus ophalen voor auteurs die, geholpen door steeds goedkopere technologie en toegankelijker platforms, zelf met hun boek aan de slag gaan in plaats van af te wachten of een traditionele uitgeverij belangstelling heeft, lijkt me anno nu niet de meest geëigende reactie. Als je al het idee had dat de gemiddelde Nederlandse uitgever een (weliswaar heroïsch) achterhoedegevecht aan het voeren is, wordt die indruk door het stuk van Nijsen niet weggenomen – hoe fraai hij zijn wishful thinking ook verwoordt.

Het volledige artikel van Joost Nijsen (geïllustreerd met mooie foto’s van Yeb Wiersma van slapende lezers) is hier te lezen.

De zomer zit er al weer zo’n beetje op – terwijl ik dit schrijf gutst de regen onbarmhartig neer over Amsterdam. Van het weekend probeerde ik nog even in vakantiestemming te blijven, met succes. Het strand van de Wassenaarse Slag lag er prachtig bij en het weer zat enorm mee. Het was bovendien niet bizar druk. En wie schetst mijn verbazing toen ik bij een strandtent bovenstaand bord zag staan. Hier werden kennelijk niet alleen crèmes, bikini’s en slippers verkocht, maar ook boeken! Hoezo ontlezing? Ik moet toegeven dat ik het assortiment van deze winkel niet heb bekeken, maar alleen al deze aankondiging stemde vrolijk. Laat nu het nieuwe seizoen maar komen!

CB (voorheen: het Centraal Boekhuis) publiceerde onlangs cijfers over de verkoop van e-boeken in het tweede kwartaal van 2015. Wat blijkt: vergeleken met dezelfde periode vorig jaar zijn er een kwart meer e-boeken verkocht. Dat is een forse stijging, die vast niet iedereen heeft zien aankomen.

In het kwartaalrapport staan meer interessante cijfers. Zo blijkt dat inmiddels bijna 40% van de afzet van e-boeken voor rekening komt van diverse abonnementendiensten, zoals Elly’s Choice (een initiatief van de uitgeefconcerns VBK en Dutch Media), en het nieuwe platform Bliyoo van boekhandelsketen Bruna. Kennelijk voelen toch veel mensen zich aangetrokken tot een soort Spotify voor boeken, waarbij je voor een relatief laag bedrag per maand (vrijwel) onbeperkt boeken kunt lezen.

Een ander opmerkelijk gegeven is dat de prijs van e-boeken substantieel is gedaald als je die vergelijkt met de prijs van gedrukte boeken. Kostte een e-boek in 2010 nog gemiddeld 83,6% van zijn papieren broertje, in 2015 is dat percentage inmiddels gedaald tot 59,5. Het zou me niet verbazen als de komst van Amazon naar Nederland, eind vorig jaar, daar iets mee te maken had. Niet voor niets verkoopt Amazon.nl nu nog uitsluitend Nederlandstalige e-boeken, geen gedrukte boeken dus. Dat komt doordat de Wet op de Vaste Boekenprijs in Nederland niet geldt voor e-boeken: in dit segment kan Amazon dus naar hartenlust op prijs concurreren.

Meer voer voor cijfervreters is te vinden op de site van CB.